Diabetes en labwaardes

Het bloed van mensen met diabetes wordt regelmatig onderzocht in het laboratorium. Wat wordt er onderzocht en wat betekenen die tests?

HbA1c
Om een indruk te krijgen van de bloedsuikerspiegel over een periode van zes tot acht weken wordt het HbA1c bepaald. In het algemeen is het voldoende om het HbA1c twee keer per jaar te meten, maar het komt ook vaak voor dat iemand elke drie maanden geprikt wordt. Hoe vaak controles worden uitgevoerd, kan dus per persoon, ziekenhuis of huisartsenpraktijk verschillen, afhankelijk van onder andere leeftijd, hoe goed de diabetes onder controle is, geldende protocollen en lopende onderzoeken en projecten.

Rode bloedcellen
De Hb in het HbA1c staat voor hemoglobine, het zuurstoftransporteiwit in de rode bloedcellen. Glucose hecht zich in het bloed spontaan aan hemoglobine en laat niet meer los. De levensduur van rode bloedcellen is gemiddeld 120 dagen, waardoor het HbA1c een indruk geeft van de glucosewaarde over de laatste zes tot acht weken. Een HbA1c-meting is betrouwbaarder dan een ‘gewone’ glucosemeting, omdat het gehalte HbA1c niet beïnvloed wordt door actuele veranderingen in voeding of medicatie. Een HbA1c-bepaling is een nuttig hulpmiddel om te beoordelen of de instelling van de patiënt goed is. De streefwaarde voor HbA1c bij mensen met diabetes is lager dan 53 mmol/mol*.

Lipidenprofiel
Bij mensen met diabetes wordt vaak ook een lipidenprofiel bepaald, een profiel van vetten in het bloed. Het profiel bestaat uit verschillende  lipiden: totaal cholesterol, LDL- en HDL-cholesterol en triglyceriden. Aan de hand van de bloeduitslagen in combinatie met de aanwezigheid van risicofactoren kunnen artsen het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten inschatten. Een grote hoeveelheid LDL-cholesterol vergroot de kans op hart- en vaatproblemen; HDL-cholesterol voert vet juist af, een hogere waarde hiervan is juist gunstig. Triglyceriden zijn de vetvoorraad in het lichaam en worden voor een groot deel opgeslagen in vetweefsel.

Eiwit in urine
De nieren werken als een zeef en filteren afvalstoffen uit het bloed. Eiwitten horen niet door deze zeef te gaan, maar door een hoge bloeddruk of ontsteking van de wand van de bloedvaten in de nieren, kunnen er toch eiwitten ‘weglekken’. Dat duidt erop dat de nieren hun werk minder goed doen. De nierfunctie moet goed in de gaten worden gehouden. Alleen urineonderzoek in het laboratorium geeft een betrouwbare uitslag. In de urine wordt meestal het eiwit albumine gemeten. Bij kleine hoeveelheden eiwit in de urine wordt dat microalbuminurie genoemd. Als er meer eiwit in de urine is, kan in plaats van albumine ook de totale hoeveelheid eiwit in de urine gemeten worden. Thuistests met een urinestrip zijn niet gevoelig genoeg. In principe wordt elk jaar onderzocht of er eiwitten in de urine zijn aan te tonen.

http://www.bloedsuiker.nl

MB

facebook share facebook share

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>