De weegschaal: sleutel tot structurele gewichtscontrole

Voor een grote groep mensen, jong en oud, vrouw en man, is de strijd tegen het gewicht er één van de lange adem. Diverse diëten, voornemens en gewoontes ten spijt: structurele gewichtscontrole is lastig.

Toch kan een deel van de sleutel tot bijvoorbeeld gewichtsafname erg simpel zijn: gedisciplineerd gebruik van de weegschaal. Eetpatronen, speciale shakes en voedingssupplementen kunnen elk een bijdrage leveren, maar bewustwording met behulp van de weegschaal is meestal nog een stuk belangrijker.

dieetblog

Uitgebreide informatie over voortgang met goede weegschalen

De tijd van een weegschaal die alleen maar het gewicht van de persoon kan wegen is inmiddels wel voorbij. Een moderne, geavanceerde weegschaal is onder meer in staat om het vetpercentage, de botmassa en BMI van de persoon te berekenen. Bent u bezig met afvallen, dan kan een weegschaal dus al bijzonder veel informatie verschaffen over de progressie.

Gewicht

Uiteraard kan iedere weegschaal simpel het gewicht weergeven, meestal op honderd gram nauwkeurig. Een goede manier om bezig te zijn met het gewicht is het stellen van een streefgewicht en wekelijks te bekijken wat de voortgang is. Zet hierbij wel realistische doelen, om demotivatie te voorkomen.

Vetpercentage

Geavanceerde weegschalen kunnen zelfs het vetpercentage van een persoon meten. Dit doen ze door een (ongevaarlijk) stroompje door het lichaam te sturen. De elektrische puls komt het lichaam binnen via één van de voeten en reist vervolgens door het lichaam naar de andere voet.

Onderweg ondervindt de puls weerstand van met name vetcellen. De mate van weerstand die het lichaam biedt, is een maat voor het vetpercentage. Een kanttekening die we hierbij moeten maken, is dat de methode niet enorm nauwkeurig is. Met een foutmarge van 4% voor goede weegschalen is het verstandig om niet enkel te vertrouwen op het door de personenweegschaal getoonde vetpercentage. Gebruik het liever als bijkomende informatie, maar laat het niet leidend zijn voor de progressie.

Spiermassa

Spieren zijn zwaarder dan vet. Om deze reden kan een simpel gewicht soms een vertekend beeld geven. Op basis van gewicht en lengte kan bijvoorbeeld gedacht worden dat een ervaren (top)sporter te zwaar is, terwijl deze persoon in werkelijkheid zeer gezond is en simpelweg zwaarder is dankzij de spieren. Door meer te weten over de spiermassa kan deze factor mee worden genomen tijdens het afvallen, zeker wanneer er veel krachttraining wordt gedaan. Ook hier bewijst een weegschaal goede diensten.

Botmassa

Ook de botmassa is van invloed op het totale gewicht. Het hebben van zware botten wordt vaak gezien als een slap excuus voor overgewicht, maar kan soms daadwerkelijk een niet te verwaarlozen factor zijn bij een hoog gewicht.

BMI

De Body Mass Index, oftewel BMI, is een maat die het gewicht in verhouding met de lengte vergelijkt. De BMI werkt op een schaal van 0 tot 40 (en soms hoger), waarbij een BMI tussen de 18,5 en 25 als gezond wordt gezien. Sommige weegschalen berekenen na invoering van de lengte automatisch de BMI.

De BMI is een mooi richtpunt tijdens het afvallen. Ook hier een kanttekening, namelijk dat de maat wel relatief onnauwkeurig is en niet alles zegt over de gezondheid van een lichaam. Gebruik dus ook de BMI net als het vetpercentage als ondersteuning van de totale informatie en niet als leidend criterium bij het beoordelen van de voortgang.

Weegschaal voor voedsel

Regelmatig het gewicht en vetpercentage meten om progressie bij te houden, kan echt motiveren en u helpen om bij de les te blijven tijdens het afvalproces. Er is echter nog een weegschaal die een belangrijke schakel kan vormen bij het afvallen: een weegschaal voor voedsel.

Veel diëten schrijven een bepaalde hoeveelheid grammen voedsel voor per maaltijd. Erg veel mensen schatten het gewicht van het voedsel dat ze bereiden in aan de hand van het gewicht dat op de verpakking staat. De realiteit is dat dit erg onnauwkeurig is en het op deze manier bijzonder aantrekkelijk is om de hoeveelheid voedsel te onderschatten, waardoor er dus meer gegeten wordt dan de bedoeling is.

Door een weegschaal voor in de keuken aan te schaffen, kan het voedsel eenvoudig gewogen worden en is ‘onbewust’ valsspelen er ook niet meer bij. Het gewicht dat de keukenweegschaal aangeeft is bovendien confronterend wanneer de verleiding bestaat om net iets meer eten te bereiden dan de bedoeling is. Dit werkt motiverend om het dieet strikt te blijven volgen.

Digitale of analoge weegschaal?

Een weegschaal voor voedsel staat in de meeste gevallen vrij prominent in de keuken. Het is daarom prettig als de weegschaal mooi is en past in het interieur. Analoge weegschalen met een klassieke schaal en naald die het gewicht aangeeft zijn niet alleen mooi maar ook bijzonder fotogeniek.

Een nadeel is dat deze modellen vrij onnauwkeurig zijn: tot ongeveer twintig gram. Zeker bij kleine maaltijden is het op deze manier lastig om nauwkeurig de hoeveelheid voedsel af te meten, waardoor de toegevoegde waarde van de weegschaal enigszins teniet wordt gedaan.

Het gros van de digitale weegschalen heeft een nauwkeurigheid van maar liefst één gram, waardoor het mogelijk is om zeer exact af te meten hoeveel voedsel er bereid wordt. Een ander voordeel van een digitaal model is dat ze soms instelbaar zijn op andere maten, zoals onzen, ponden en kilogrammen. Sommige modellen kunnen zelfs milliliters meten, wat ideaal is voor het afmeten van vloeistoffen.

Samenvattend is een analoog model met name decoratief en een digitaal model met name praktisch. Het ligt er dus maar waar u de voorkeur aan geeft.

Hoe vaak en wanneer de weegschaal gebruiken?

Een weegschaal is geweldig gereedschap om het gewicht en andere factoren mee te meten en bij te houden. Wel is de vraag hoe vaak de weegschaal gebruikt moet worden. Voor de keukenweegschaal is het eenvoudig: iedere maaltijd, zodat er altijd goed gegeten wordt.
Voor de personenweegschaal ligt dat net wat anders. Het gewicht fluctueert altijd enigszins. Niet alleen per dag, maar zelfs per dagdeel. ’s Ochtends is een persoon altijd lichter dan ’s avonds. Dit komt door een vochtverlies en afwezigheid van voedselinname gedurende de nacht. Voor de meest betrouwbare meting is het goed om het gewicht altijd ’s ochtends voor het ontbijt te meten. Bij wegingen in de avond is er teveel fluctuatie, afhankelijk van onder meer het avondeten en de vochtinname.

Veel mensen die bezig zijn met afvallen hebben bovendien de voorkeur om wekelijks het gewicht te meten. Dat is met een goede reden, want het gewicht kan van de ene op de andere dag veranderen. Omdat binnen een dag er relatief weinig verschil zal zijn in het gewicht, bestaat de kans dat men de ene dag zwaarder is dan de andere. Zelfs wanneer iemand zich heel goed aan een dieet en sportschema heeft gehouden voorafgaand aan het weegmoment, is het mogelijk dat er een lichte gewichtstoename is ten opzichte van de vorige dag.

Bij een wekelijkse meting is deze kans vrijwel nihil, simpelweg omdat er nu veel meer tijd zit tussen de weegmomenten. Een wekelijkse weging zegt daarom een stuk meer over progressie. Een dagelijkse weging kan demotiverend werken wanneer er door natuurlijke fluctuaties een gewichtstoename is.

Hoe dan ook, structuur vormt de sleutel. Een goede weegschaal kiezen doet de rest.

facebook share facebook share

Geen reacties // Reageer